Een obligatie is een schuldbekentenis van de uitgevende instelling en behoort tot het vreemd vermogen van de instelling. Als u belegt in een obligatie leent u dus het nominale bedrag van de obligatie aan de uitgever van de obligatie. Obligaties worden uitgegeven door overheden, maar ook bijvoorbeeld door bedrijven of gemeenten. De uitgevende instantie betaalt een doorgaans vooraf vastgestelde rente over de lening.

Risico’s

Hoewel obligaties minder risico met zich meebrengen dan bijvoorbeeld aandelen zijn ook aan het beleggen in obligaties risico’s verbonden. De vier belangrijkste risico’s zijn:

1. Debiteurenrisico

Als de debiteur (uitgever van de obligatie) een zeer slechte financiële positie heeft, kan het voorkomen dat de obligatiehouder zijn rente of aflossing niet ontvangt. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in geval van een faillissement.

2. Koersrisico

Als de marktrente stijgt, heeft dit een drukkend effect op de obligatiekoers. Bij tussentijdse verkoop kan dit betekenen dat de obligatiehouder minder ontvangt dan het nominale bedrag van de obligatie.

3. Renterisico

Er zijn obligatieproducten waarvan de rente afhankelijk is van de marktrente. Het gaat dan bijvoorbeeld op steepeners, perpetuals en floating rate notes. Dit zijn bijzondere obligatieproducten waaraan meer risico’s zijn verbonden dan aan standaard obligaties.

4. Valutarisico

Bij obligaties die niet in euro zijn genoteerd, loopt de obligatiehouder het risico dat de koers van de valuta van de obligatie daalt ten opzichte van de euro. Hierdoor daalt de waarde van de obligatie in euro. Bij aflossing van de obligatie kan het bedrag in euro dat de obligatiehouder ontvangt dus lager zijn dan het bedrag dat hij in euro voor de obligatie heeft betaald.

 

Rentepercentages

Ook een instelling die obligaties uitgeeft, doet net als de uitgever van aandelen een beroep op de kapitaalmarkt. Het rentepercentage van de nieuw uit te geven obligaties moet dan ook aantrekkelijk zijn voor beleggers. Het percentage moet zeker niet lager liggen dan de gangbare rente op vergelijkbare obligaties op het moment van uitgifte. Het rentepercentage van de nieuwe obligatieleningen wordt vastgesteld aan de hand van de dan geldende rentestand op de kapitaalmarkt.

Voorbeeld

De rentestand op de kapitaalmarkt is 5%. Obligaties met een coupon van 5% noteren dan omstreeks 100%. U betaalt daarvoor de nominale waarde (dit is het bedrag van de lening, obligaties in euro hebben meestal een nominale waarde van 1.000 euro).
Hebt u op dat moment vergelijkbare obligaties met een coupon van 6%, dan zult u deze niet voor de nominale waarde van de hand willen doen. U ontvangt immers 1% meer rente per jaar dan u ergens anders zou kunnen krijgen. De koers van obligaties van 6% met een restlooptijd van 10 jaar zal stijgen tot een hoger prijsniveau doordat de couponrente hoger is dan de marktrente. In dit voorbeeld zou dat neerkomen op een koers van ongeveer 110%. Dat betekent dat u € 1.100 voor uw obligatie van nominaal € 1.000 ontvangt.¹

Vaak ligt het rentepercentage van een obligatie vanaf de uitgifte vast. Dit betekent nog niet dat de waarde van een obligatie constant is. Net als aandelen worden obligaties op de beurs verhandeld. Deze koers wordt aangegeven in procenten van de nominale waarde van de obligatie. De koers van een obligatie wordt vooral bepaald door de rentestand op de kapitaalmarkt en beweegt zich tegengesteld hieraan. Daarnaast zijn schommelingen in vraag en aanbod van invloed. Ook de resterende looptijd en de kredietwaardigheid van de debiteur spelen een rol.

Over het algemeen zijn obligatiekoersen aanmerkelijk stabieler dan aandelenkoersen. Meestal wordt de hele lening op een bepaalde datum ineens afgelost. In sommige gevallen wordt elk jaar, of gedurende een aantal jaren van de looptijd, een serie obligaties door loting aangewezen voor aflossing. Andere aflossingsschema’s zijn ook mogelijk.

Couponrendement

Het couponrendement geeft de verhouding weer tussen de rentevergoeding op een obligatie en de beurskoers van diezelfde obligatie. Door het couponrendement te berekenen krijgt u inzicht in de invloed die de aankoopprijs van de obligatie heeft op het rendement van die obligatie.

 

Voorbeeld

Het couponrendement van een obligatie is niet altijd gelijk aan het rentepercentage dat op de coupon vermeld is. Als u een obligatie met een jaarrente van 6% met een nominale waarde van € 1.000 koopt tegen een koers van 110%, betaalt u daarvoor € 1.100. Omdat de rentevergoeding gedurende de looptijd wordt berekend over de nominale waarde, ontvangt u een jaarrente van 6% x € 1.000 = € 60. U krijgt dus € 60 rente op een investering van € 1.100. Uw couponrendement bedraagt dan 5,45%.

 

Effectief rendement

Een obligatie wordt aan het einde van de looptijd altijd tegen nominale waarde afgelost. Indien de obligatie is aangekocht voor een andere prijs dan de nominale waarde is er aan het einde van de looptijd dus sprake van koerswinst of koersverlies. Door het effectieve rendement van de obligatie te berekenen wordt de koerswinst of het koersverlies verwerkt in het rendement van de obligatie. Hierbij wordt de koerswinst of het koersverlies uitgesmeerd over de resterende looptijd van de lening.

Converteerbare obligaties
Converteerbare obligaties – ook wel aangeduid met de Engelse term convertibles – zijn obligaties die onder bepaalde voorwaarden (de conversievoorwaarden) omgewisseld kunnen worden tegen andere effecten, meestal aandelen. Een converteerbare obligatie heeft dus een tweezijdig karakter:

  • Een obligatiekarakter: u ontvangt gedurende de looptijd een rentevergoeding en de obligatie kan aan het einde van de looptijd afgelost worden tegen 100 procent. 
  • Een aandelenkarakter: u hebt het recht om de obligatie tegen de van tevoren vastgestelde conversievoorwaarden om te wisselen in aandelen van de onderneming.

Het voordeel voor de belegger is dat hij kan profiteren van de eventuele positieve ontwikkeling van het bedrijf. De koers van de converteerbare obligatie zal in het algemeen oplopen naarmate het onderliggende aandeel – waarin de obligatie kan worden omgezet – stijgt. Indien het bedrijf niet aan de verwachtingen voldoet, dat wil zeggen dat het niet interessant is om de obligaties om te ruilen in aandelen, wordt de lening tegen 100 procent afgelost. Een converteerbare obligatie heeft dus de zekerheid van een gewone obligatie, aangevuld met de mogelijkheid om de obligatie tegen de conversieratio om te wisselen in aandelen.

Risico’s

De risico’s van de converteerbare obligatie zijn voor de conversie vergelijkbaar met die van de normale obligatie. Na de eventuele conversie is er sprake van aandelen met de daarbij behorende risico’s. Een extra risico schuilt in de mogelijkheid van vervroegde aflossing die in veel gevallen bij de uitgifte door de uitgevende instelling wordt bedongen. Hierdoor kan de obligatiehouder feitelijk worden gedwongen om obligaties te ruilen voor aandelen met de daarbij behorende hogere risico’s. Deze risico’s kunnen worden beperkt door het aandeel direct na de conversie (omruiling) te verkopen.

Conversieratio

Bij het berekenen van de waarde van de converteerbare obligatie is de conversieratio van groot belang. De conversieratio wordt berekend door de nominale waarde van een obligatie te delen door de prijs waarvoor u de aandelen kunt kopen. Deze prijs wordt bij uitgifte van de lening vastgesteld. Deze ratio geeft dus aan hoeveel aandelen u bij omruiling krijgt. Bij converteerbare obligaties kunnen de overige voorwaarden per geval sterk verschillen.


Reverse convertibles
Reverse convertibles zijn converteerbare obligaties met een relatief korte looptijd (gewoonlijk ongeveer 2 jaar). De uitgevende instantie (en niet de belegger) bepaalt hierbij aan het einde van de looptijd of de belegger contanten dan wel de onderliggende aandelen ontvangt. Reverse convertibles vormen een belegging die u regelmatige rente-inkomsten oplevert.

Risico’s
De reverse convertible is een risicovol beleggingsinstrument. De risico’s zijn vergelijkbaar met die van aandelen. Bij een sterk gedaalde aandelenkoers kunnen met dit product grote verliezen ontstaan, doordat bij uitgifte al wordt bepaald hoeveel aandelen de belegger bij conversie ontvangt, terwijl in dit geval de waarde van de aandelen gedaald is. Conversie leidt dus per definitie tot een verlies.

¹ Dit voorbeeld dient er uitsluitend toe inzichtelijk te maken op welke manier de rentestand invloed heeft op de beurskoers van een obligatie. Hierbij is geen rekening gehouden met andere omstandigheden die de beurskoers van een obligatie kunnen beïnvloeden, zoals de kwaliteit van de debiteur en de resterende looptijd van de obligatie.