Het beleggingsjaar 2009 achteraf bezien

Publicatiedatum 28 januari 2010

 2009 kunnen we samenvatten als een jaar met een slecht begin en een verrassend goed einde. Het dieptepunt lag in maart, toen veel aandelenbeurzen, gevoed door de angst voor een depressie, de laagste standen in tien jaar lieten zien. Daarop volgde een bijzonder sterk herstel, en sloten veel aandelenbeurzen op of dichtbij het hoogste punt het jaar af. De resultaten over het gehele jaar kwamen voor Europa en de Verenigde Staten uit rond 20% en voor Brazilië en een aantal landen in Azië op 80% of zelfs meer.

 

In de nieuwsbrieven van vorig jaar hebben we uitgebreid stilgestaan bij de oorzaak van het negatieve sentiment van begin 2009. En ook in de toekomst zullen de economische gevolgen van de kredietcrisis nog veel aandacht krijgen.

 

Het vierde kwartaal stond in het teken van de aanhoudende positieve berichten over de ontwikkeling van de economie wereldwijd, en de bedrijfscijfers waren dan ook overwegend beter dan verwacht. Hiermee werd de verwachting van beleggers, dat het ergste deel van de recessie achter de rug is, steeds meer bevestigd. Beleggers bleken weer in staat ook naar de lange termijn te kijken en reageerden minder op de waan van de dag.

 

Vooruitkijken

Ondanks de goede afsluiting van 2009 is waakzaamheid op zijn plaats. Het positieve sentiment waarop de toekomstverwachtingen kennelijk gebaseerd zijn lijkt kwetsbaar. Overheden hebben fors geld geïnjecteerd in de economie (o.a. de enorme kapitaalverstrekking aan banken) en zullen zich naar onze verwachting op termijn langzaam willen terugtrekken. Wij denken daarom dat economische groei met name zal moeten komen van bedrijfsinvesteringen en van de consumentenuitgaven. Een soepeler kredietverlening aan bedrijven is volgens ons dan ook een voorwaarde voor economisch herstel. Het lijkt er echter op dat banken (in het algemeen) nog niet werken met een soepeler kredietverlening.

Daarnaast schuilt in de financiële situatie van een aantal landen een mogelijke bedreiging voor het herstel. Binnen de EU hebben landen als Griekenland en Ierland, die de financiële huishouding (begrotingstekort en staatsschuld) nog lang niet op orde hebben, een verlaging van de kredietstatus gekregen. Bovendien zullen de gevolgen van de oplopende werkloosheid, die haar piek volgens de analisten in de loop van 2010 zal bereiken, pas later dit jaar merkbaar zijn.

 

De positionering van onze portefeuilles voor 2010

Wij continueren de strategie die we in 2009 hebben ingezet. Dit houdt in dat we met betrekking tot de aandelen, qua regio, de weging van Europa iets beneden het niveau van onze benchmark houden. Daarnaast hebben we een lichte overweging in de Verenigde Staten en een relatief zwaardere overweging in Azië, Latijns-Amerika en de opkomende landen. Naar onze mening zal Europa bij de export last blijven houden van de betrekkelijk dure euro versus de Amerikaanse dollar. Daarnaast zijn in Europa de bedrijven, en daardoor de economieën, door de arbeidsverhoudingen minder flexibel dan in de Verenigde Staten. Hierdoor zijn de bedrijven in Amerika in staat om sneller te reageren op de veranderende omstandigheden. We constateren dat aandelenwaarderingen in Europa momenteel boven het langjarige gemiddelde liggen en de rentevoet naar verwachting nog maar beperkt zal kunnen dalen.

 

In de Verenigde Staten wordt het beleid om de economie te stimuleren door de rente laag te houden voorlopig gehandhaafd. Dit is duidelijk door de centrale bank (de FED) uitgesproken. Daarnaast is de exportpositie van de Verenigde Staten door de lage stand van de dollar verbeterd. In Azië (exclusief Japan), Latijns-Amerika en de opkomende landen verwachten wij hogere groeicijfers dan in Europa en de Verenigde Staten. De kredietcrisis heeft naar het zich laat aanzien minder vergaande gevolgen gehad in deze landen. Veel van het toekomstige succes van Azië lijkt overigens afhankelijk te zijn van de ontwikkelingen in China.

 

Op dit moment hanteren wij een overweging voor zogenaamde 'value-beleggingen'. Dit zijn aandelen van bedrijven met een sterke balans en een stabiele cashflow. Een groot voordeel van deze ondernemingen is dat ze naar verwachting een aantrekkelijk dividend uitkeren. Op sectorniveau zien wij technologie, energie en gezondheidszorg als meest kansrijk.

 

Bij onze obligatiebeleggingen lijkt de lage rentevergoeding steeds meer een knelpunt te vormen. Het rendement op 10-jaars obligaties van overheden binnen het euro- gebied ligt inmiddels rond de 3%. Positief is de afname van de risico-opslag van bedrijfsobligaties, waardoor de koersen van deze obligaties stijgen. Bij de inrichting van het obligatiedeel van onze portefeuilles hanteren wij een mix van ca. 70% in overheidsleningen en ca. 30% in bedrijfsleningen. Binnen individuele obligaties kiezen wij ervoor om alleen in eurogenoteerde obligaties met een goede kredietwaardigheid te beleggen.

 

Herpositioneren van de beleggingen

In december 2009 hebben wij actie ondernomen om de posities in de portefeuille weer in lijn te brengen met de standaardselectie. In de praktijk betekende dit het terugbrengen van een aantal posities die fors in waarde waren opgelopen. Er werden in de standaardselectie geen beleggingfondsen toegevoegd of verwijderd. Hiermee is de portefeuille klaar voor 2010.

 

Ondanks de uitdagingen die ons in 2010 te wachten staan hebben wij met onze strategische keuzes alle vertrouwen in de toekomst.

 

Mr. M.F.B.G. Engbers

Directeur Beleggen